
Na een dagje algehele brakheid gisteren, toch maar met de Hoekie's trainen vanmorgen. Het is stralend weer, en ik heb mijn zonnebril weer boven water. Ik peddel rustig naar Oldemarkt, één van de oppik-stations. Ik wacht 10 minuten, oefen ondertussen eindeloos mijn Lubberding-bochtjes. "Moet zeker warmdraaien" is een opmerking van een langswandelende kerkbezoeker. Op de starttijd, kwart voor 10, is er nóg niemand, dus ik trap door naar Witte Paarden. Na 300 meter zie ik alsnog een hoekie. Hij komt uit Lemmer, heeft een opzetstuur op zijn racer en vertelt dat hij voornamelijk tijdritten rijdt... Ondertussen rijden wij nog géén 30 per uur naar WP, waar ze om 10 uur vertrekken. "We hebben nog 3 minuten." is de opmerking van de TijhdritHoekie na enkele kilometers. Het kwartje valt nog niet.... we zijn er toch bijna? Nee dus, de tijdrijder maakt een beetje vaart en ik kom hijgend aan bij oppik station #2, waar iedereen op ons staat te wachten.
"Zo, dat kwartier-schema is wel wat krap," concludeer ik
en public. "Ja, hèhè, dat is berekend bij een snelheid van 35 per uur." wordt er terug gelald. Zo, we zijn weer bij de les. Hier wordt niet gelummeld.
Met z'n negenen vandaag. En na 2 kilometer blijkt iemand de vaste route te hebben verlegd en kletteren we eerst 3 kilometer over vooroorlogse klinkers in Zuidveen om met een boog naar Wanneperveen te rijden. Er blijkt niet veel ruimte voor warmfietsen want na de eerste rij klinkers gaat het gelijk al best hard. Met de wind in de rug is 37 per uur wel te doen, tot je op kop komt. Ik hoor wat geluiden "zijn we aan het koersen ofzo?". Waarschijnlijk van een Hoekie die nog niet eerder meereed op de zondagmorgen. Met Sietste rijd ik op kop door Wanneperveen, we rijden rechtdoor waar we links hadden gemoeten en de halve groep moet omkeren. Handig, zo fietsen we weer fijn achteraan.
Langs de grote weg N-nogwat rijden we met de wind in de rug lekker snel. Zonder al te veel moeite. We worden kundig door Zwartsluis gelootst en dan gaat Hoekie -Manuel 'maar even voor'. Hij wil er wel eens wat snelheid inbrengen en als we de Kadoelerweg op rijden spoort hij de groep aan. "Maar even doordraaien, jongens?"en tegen mij;" Ga jij maar eerst op kop Marieke." Ik vermoed nog niet veel. Maar als ik na een paar tellen op kop links wordt ingehaald door de gehele vloot, met een beduidend hoger tempo, is het snel begrepen. Ik zet aan om weer aan te haken. Manuel nu op kop. Manuel is de huis-derny. Het draait snel door, zie ik nou 42 km/uur op mijn teller. Tijd om nog eens te kijken heb ik niet, want dit gesleur doet pijn in mijn benen en longen. En de hoogste concentratie is vereist, zeker voor zo'n groentje als ik.
Ik ben alweer aan de beurt op kop, en laat me direct weer terugzakken. Dat is het hele idee achter dat draaien. Eenmaal teruggezakt, dán moet je! Dan moet je weer aanhaken, dus je hebt welgeteld nul komma nul seconden om bij te komen. Na 2 keer op kop te hebben gereden draai ik niet meer mee. Ik zou sterven. Ik zit in het staartje erachter. En hé, ik ben niet de enige. Ook de tijdrijder houdt het doordraaien voor gezien, zo ook de Hoekie-junior.
Het hele spektakel duurt gelukkig niet lang. Eerst zakt het tempo al terug naar de 38 per uur, als de wind vat op ons krijgt. En bij de volgende rotonde is het klaar. Slechte timing van de Hoekie-derny om nu te vragen om een extra groot rondje. Wat mompelend wordt er gemopperd en men kiest collectief voor Marknesse, ipv Kampen. We keutelen door naar Marknesse en dan sturen we richting Emmeloord.
Hoekie-Jouke en ik zitten nét op kop -en het gaat weer niet kinderachtig- als de bebouwing van Emmeloord opdoemt. Beide zijn we niet helemaal fit (geweest), Jouke kampte van de week ook al met een verkoudheid en in momenten als deze voel je dat ongenadig in je benen.
De vorige keer reed ik ook op kop en ging ik op de rotonde fout. "Zul je zien dat we weer fout rijden, zou mooie tactische zet zijn." Jouke is het helemaal met me eens. Om -bleek later- ons niet de ventweg op te leiden, wordt er van achter geroepen RECHTS!!. Dus wij slaan op de rotonde rechtsaf en dat doen we erg overtuigend. Dat bleek dus niet de bedoeling, wéér de hele trein ontregeld, de helft op de rijbaan de helft op het fietspad, je snapt hoe dat gaat. Rechtdoor moeten we. Jouke en ik sluiten weer ergens achteraan aan.
Van Emmeloord naar Kuinre wordt er weer doorgedraaid. Ik doe weer mee en kan het nu langer volhouden. De wind hebben we tegen. Ai. Halverweg houd ik het voor gezien en voeg me in het staartje. Dat nu bestaat uit 4 renners. De 5 draaien op kop door. De Hoekie-Junior wappert er een keer vanaf, maar dat is niet erg. Hij heeft ook hard gefietst in het doordraaigroepje vooraan. Als hij erbij is gaat het gas er weer op. In Kuinre bollen we uit, zoals dat heet.
Er wordt getreuzeld. Dat kunnen die Hoekie's heel tactvol, want altijd als het uitbol tijd is kom ik op de een of andere manier vooraan te fietsen. We draaien de dijk op, de Derny geeft zijn koppositie aan mij. Nou, eens kijken of ik ook gang kan maken. Net de 34 per uur, oei wat gaat het zwaar. Wind van opzij. "LINKS!!" hoor ik achter me. Huh? Dat gaat niet hier... Ah, links op de weg bedoelen ze. Okee, ik schuif op, de Hoekie's er een beetje naast. Het is maar kort, we rijden de dijk af naar Ossenzijl. Wind tegen, gas op de pedalen. Een klopje om mijn rug, een Hoekie blijkt onder de indruk. Ik glunder.
Wat duurt het lang tot Ossenzijl.... We zijn er volgens mij ook één kwijt? Ik tel acht. Ik rijd ook nog een paar keer mee op kop, maar kan de laatste keer niet aanhaken. Hoewel er maar 5 meter tussenzit roept mijn voorganger iets met 'Marieke' en 'eraf' en 'wacht'. Shit, denk ik. Nou ben ik het die wordt omgeroepen.
Gelukkig zijn we al in Ossenzijl. Even bijkomen. Ik mag weer op kop als we Ossenzijl uitrijden, nog 2 kilometer naar Oldemarkt en daar is het klaar met dit gesleur. De Hoekie trein passeert me links, zoals het hoort. En zoals het niet hoort, maar wel zoals het gaat, blokkeer ik gigantisch. Volloper. Opperdepop. Klaar met de geit. Kwestie kannietmeer. Het aanhaken gaat niet meer lukken en Jouke rijdt om me heen het gat dicht. En nou?
Fietsen!!! Heel hard, op je hardst, om bij te blijven. Wat een pijn. Ik voel iets in mijn benen wat ik niet eerder heb gevoeld. Ja, verzuring, dat ken ik wel. Vierkante benen ook. Maar weet je, meestal kapte ik er dan ook gewoon mee. Dan schakelde ik lichter en dan maar wat langzamer die berg op, of dan maar niet bijblijven. Maar nu is dat geen optie. Honderden meters lang stoemp ik door met die zere benen, om maar niet te ver achterop te raken.
Dan heeft Hoekie-Jouke het in de smiezen. "Die gaat er niet meer bij komen.'" zie ik hem denken en hij laat zich afzakken. Ik kruip naar zijn wiel en hij schroeft het tempo weer op naar 32 per uur in de tegenwind. Dan aanschouwt de Hoekie-huisderny ons ook, en brengt ons de laatste 300 meter terug. We zijn er, in Oldemarkt. Het gas eraf, een lekrijder, even kans om het zuur eruit te peddelen. De eerder geloste Hoekie nummer 9 kan komt ook weer aansluiten.
Tjong, wat heb ik lekker gefietst. Ik rijd lek 4 km voor thuis. Na een collectief schouwspel van 'hoe wisselt een vrouw een band' (niet, dus) zijn we na 100 kilometer terug in Wolvega. Waar ik thuis op mijn Edge een maximaal gereden snelheid constateer van 44,9 km per uur. Koersend wielerland zal er zijn schouders over ophalen, maar ík vind dat heel hard!
100,3 km
3:16 uur