zaterdag 13 september 2008

Cyclo La Ronde Picarde

Zaterdagmorgen 5 uur gaat de wekker. Mijn bed is zo lekker warm en de camper zóóó koud. Waarom doen we dit ook al weer?? Met een knoop in mijn maag kan ik met moeite 4 boterhammen wegkrijgen en fietsen we in het verse daglicht de 5 km naar de start. "Wat is het druk hè? Nooit gedacht," zeg ik tegen Johan. Hij blijft tamelijk stil. Zenuwen? We luisteren naar het geratel door de microfoon van de fransman. We staan achterin het voorste startvak. In de verte zie ik vooraan wat dames, maar ik vind het wel prima zo. Johan is minder geamuseerd over onze startpositie en dat blijkt gelijk bij het startschot. Hij zet 1 grote sprint aan naar voren en in 3 tellen is hij pleitos!! Nou zeg, ik ben even verbouwereerd. Dat had hij ook wel even van tevoren kunnen zeggen? Zoals elke cyclo tot nu toe zie ik 3 tellen zijn rug en dan mag ik het alleen uitzoeken. Gaat dat bij anderen ook zo? Of had ik het onderhand al kunnen verwachten?

Ik ga mee met de flow en het gaat hard, over de 40, naar het eerste dorpje Eaucourt, waar we een brugje over moeten. En dat brugje is niet gemaakt voor 20 renners op rij, maar slechts voor 4 en dus ontstaat er file. Ik hoef nog net niet af te stappen. Ik kijk naar boven en 15 meter voor me op de brug zie ik Johan en op de klim die er na komt zie ik hem nogmaals 100 meter voor me en dat was het dan wat Johan betreft.

Ik ploeter zo hard ik kan naar boven en het is druk met renners. "Kom op Marieke!" ik kijk naast me, heb je die lange blauwe Pinarello renner ook weer. Nu óp, in plaats van naast zijn fiets, kijk, dat is pas vooruitgang. Hoe dan ook, hij is me in een zucht voorbij. Jeroen zeker?
In een lange sliert suizen we naar beneden waar ik er een aantal inhaal en daarna volgt er nog een klim. De massa vormt zich tot een groep van een man of 30 en mijn mikpunt wordt Oisemont op 40 km, want dan zijn de meeste klimmetjes wel geweest. In de groep is het goed te doen. In de klimmetjes moet ik volle bak, maar dit gaat goed zo. Mijn hartslagmeter is ondertussen ook aangeslagen en ik zie accebtabele waardes. O mij heen zijn de jonge Franse renners talrijk en goed gesoigneerd (zoek dat maar op). Ze ruiken ook zo lekker, geen Axe of Nivea. Ze ruiken naar zwoele zomeravonden. Snuif. Mmm.

Na Oisemont gebeurt het dan toch. In een iets langere klim na het dorp raak ik te ver achter in de groep. Een Fransmannetje die mij al eens eerder aanmoedigde met een duwtje in de rug en een "Ca va?" is er ook af. Achter mij nog meer. Het Fransmannetje wijst op zijn achterwiel als hij me voorbij komt. Ah, ik moet in zijn wiel en hij gaat het gaatje dicht rijden. Dat nu wel een meter of 100 is.... Helaas, hij ploetert en fiets zich een tierelier maar we komen niet erg dichterbij. Dan begint hij heftig met zijn arm te draaien. Och... hij geeft op en ik moet er nu aan staan. Nou, dat doe ik dan. Ik kijk nog eens achterom, maar het Fransmannetje heeft opgegeven. Ik rijd naar een voorganger die absoluut geen haast lijkt te maken. In zijn wiel maak ik even van de gelegendheid gebruik een fruitkick te eten.

Dan zoef zoef, joepie!! Een grote groep. Ik zet aan en ga er in mee. Zo, da's mooi mazzel. Deze groep is groot, er zitten zelfs 3 dames in. Twee ervan gaan voor de Senior, de korte afstand, zie ik aan hun stuurbordjes (blauw ipv wit). Van de derde, een Britse blijkt later, ben ik niet zeker. We rijden hard, zelfs tegen de Westenwind in. We rijden zelfs in op de groep waar ik daar straks in zat en het peloton groeit naar zeker zo'n 200 meter lengte! Ik zit ergens voorin en tot aan de kustplaats Ault is het goed te doen. Af en toe worden de dames een duwtje in de rug geboden waar het omhoog gaat. (Ik hou ze blijkbaar instinctief in de gaten.) Of wordt er een gaatje voor ze dicht gereden als ze dreigen te moeten lossen. Ik zie het aan en ben blij dat ik het zonder af kan. Hoewel ik af en toe ook best een duwtje zou willen hebben. Het zijn overigens niet alleen de dames hoor, ook heren worden zo nu en dan terug in de groep gebracht.

In Ault komt er dat steile weggetje omhoog van 16% en ik kies bewust de buitenbocht. Bijna boven wordt het toch nog ploeteren op het kleinste verzet. We sjezen de straten van Ault uit en voor me fiets een dame die van haar vriendje in zijn wiel moet komen. Hij gebaart woest, ziet mij vast als concurrente voor haar. Ze kan zijn wiel echter niet houden en laat een gat vallen, ik ga er op en erover, haar vriendje kijkt verbaasd en daarna not amused achterom als hij ziet dat ze gelost heeft. Haha! Ik kan er wel om lachen.

We zijn bijna bij de eet en drinkpost. Daar staat mijn familie als het goed is. De boulevard van Cayeaux is breed en de groep, wat er nog van over is althans, waaiert breed uit. Ik zie ze staan en roep. Ze zien me, 2 seconden en dan ben ik weer voorbij. Huh? Wat krijgen we nou dan? Daar was de eet en drinkpost, daar, 100 meter achter me, 200 nu. Iedereen fiets er gewoon knalhard voorbij! Dit is blijkbaar nogal andere koek dan op de Col de Glandon even een bidonnetje vullen en je zakjes vullen met bananen en pruimen. Gelukkig zit ik ruim in mijn voorraad en kan ik deze post wel missen.

In no time zijn we met het peloton bij Valery. Hier gaat de Senior versie afslaan. En waar Johan zo slim was vast te gaan zitten tussen de Masters, zit ik niets vermoedend tussen de Seniors, zoef zoef, weg zijn ze. Rechtsaf. Grote gaten zijn er gevallen in het peloton van de Masters. Ik zie meerdere renners verwarrend om zich heen kijken. Gelukkig weet ik met nog een paar verdwaasden een gat dicht te rijden en sluit ik aan bij een groep van een man of 20. Over mijn schouder zie ik nog net dat ook die 3e dame voor de korte afstand kiest. We rijden richting Noyelles (daar waar ik drie dagen terug afhaakte om solo weer richting camping te gaan) en erna volgt in Sailly de drinkpost.

Ik begeef me nu op onbekend terrein. Was ik maar wat berekender. Maar ach, iedereen begint als groentje.

Sailly komt in zicht en in het glooiende terrein heb ik zojuist me een nieuwe tactiek eigen gemaakt. Gebaseerd op "het op je hardst naar beneden en zie maar of je op tijd bovenkomt" principe. Dus in de afdaling rijd ik de hele groep voorbij, in de klim die er op volgt rijden zij mij weer voorbij en dan begint het bij een nieuwe afdaling weer van voren af aan. Tot aan de drinkpost herhaal ik het principe een keer of 3, ze kijken wel een beetje verbaasd als je langs komt, waar is die mee bezig? Maar ik weet zo redelijk 'makkelijk' die 20 paar mannenbenen in toom te houden. Tot ik een cruciale fout maak bij de drinkpost.

Ik ben wederom even uit het veld geslagen als de drinkpost een rij mensen blijkt te zijn die flesjes water in de lucht houden. Bij de eerste gaat mijn voorganger er mee aan de haal, maar ik stuur resoluut naar links, roep een paar keer monsieur! monsier! -snij een vloekende Fransman af- en dan grijp ik een flesje water. De trein zoeft voort en ik loop te pielen om het water in mijn bidon te gieten. Ik volg aan het staartje maar de klim die ons in het bos gaat brengen verrast me en is langer dan ik dacht. Ik mis de aanlsuiting door het gepiel met water, mijn 'van voor naar achter' techniek kan ik niet meer toepassen en met nog een andere renner verlies ik de groep.

Ik rijd het bos in, ik zie de groep 50 meter voor me, ik haal alles uit de kast met als resultaat dat de groep niet héél snel, maar langzaam aan steeds verder bij me weg rijd. Mijn nachtmerrie wordt waarheid. Ik kom alleen te fietsen, met nog dik 60 km te gaan. De andere geloste renner laat ik achter me, die gaat te langzaam. Ik voel me even verontredderd, mijn snelheid bergop daalt naar 22... Zucht.
Enkele seconden later weet ik me te vermannen en gaat het gas erop, dan maar solo.
In het bos, nog steeds fietst de groep pijnlijk in het zicht, draai ik linksaf. Nog enkele kilometers en dan kom ik het bos weer uit. Dan plotseling komt een renner uit een bospad de weg op. Waarom? Lekke band, plassen? In ieder geval is hij de groep ook kwijt. Ik hou mijn benen stil zodat hij achter me aan kan sluiten. Ik kijk achterom en als ik zeker weet dat hij er bij is geef ik gas en hij blijft in mijn wiel. Even wat krediet op bouwen. We rijden het bos uit en hij begint te bellen. Ah, denk ik, hij belt zijn maatjes in de groep of ze even willen wachten. Of beter nog, of ze ons even komen halen. Helaas, dat gebeurt natuurlijk niet. Nee, in Picardië is het ieder voor zich.

Ik weet dat er straks een lange rechte weg gaat volgen van wel een km of 15 zonder rechts of linksaf. We rijden om de beurt kop over kop en hebben mazzel dat de zwakke wind van zijwaarts komt. Ik probeer een snelheid van 31..32 aan te houden en mijn mede kopman doet dat ook. Het is een Fransman op een carbon Bianchi met bijpassende Bianchi handschoenen. Ik schat hem rond de 50. Dan zie ik voor me nog een verdwaald schaap. Als we dichterbij komen, het is een jongere renner, allé allé roep ik en hij pikt aan. Hij doet op kop mee, maar van harte gaat het niet, bovendien tempert hij de snelheid en laat hij zich snel weer inhalen.

Na het lange rechte stuk draaien we linksaf de heuvelzone in. Nu komt er volgens Johan een vies klimmetje en ik zie wat hij bedoelt. De jonge renner is als eertse boven en hij rijdt alleen verder. Mij best. We moeten nog een km of 5 naar de drinkpost als Monsieur Bianchi naar mijn bidon wijst: "Boire?" Ah, hij heeft dorst. Ik geef hem mijn bidon water. We arriveren bij de drinkpost. Er rijden net twee renners weg en er staan er een aantal uitgebeid bij te tanken. Ik besluit maar even te wachten op Monsieur Bianchi. We moeten nog 25 km tot de finish, maar wel wind tegen en ik kan hem wel gebruiken. Na een korte stop rijden we door. Het klimt wat, maar mijn benen voelen na 155 km nog heel goed. Ik heb genoeg gegeten de laatste uren.

Ik kijk op mijn Edge en zie 5:15. Oei, ik had net nog berekend dat 6 uur mogelijk was, maar dan moet ik wel aanpezen. Ik heb nog 3 kwartier voor die laatste kilometers. Het wordt spannend, want ik vind die 6 uur wel een mooie streeftijd. Ik wacht op het moment dat ik de route weer ga herkennen en dat gebeurt nét voor Long. In dat dorp zit een héle nare klim van een kilometer al bij al. En steil! Pff! Monsieur Bianchi is mij ruim voor en heeft besloten zijn eigen finale te rijden. Zo ook ik. Ik daal de hucht af en weet dat het nog slechts 10 km is. Het gas gaat erop en er niet meer af. Peilsnel suis ik de twee dorpjes door die voor de eindplaats liggen. Voor mij zie ik monsiuer Bianchi zijn eigen race rijden.

Eaucourt is in zicht, nu links af en wat zigzagwerk en daar is de finish. Ik kijk op de teller, 5 uur 58! Gered.

Bij de finish staat familie en Johan. "Ik moest vanaf het bos alleen..." hijg ik verklarend. Ik krijg een meelijwekkende blik. "We hoeven niet te wachten op de prijsuitreiking, je bent 4e."

We fietsen terug naar de camping. Zoals na bijna elke cyclo begin ik te twijfelen aan mijn getoonde inzet. Zeker als Johan in geuren en kleuren verslag doet van zijn heroïsche rit, zijn supertijd en zijn overweldigende finale. Ben ik wel diep genoeg gegaan? Heb ik me er te makkelijk vanaf gedaan? Ik begin ontzettend te balen dat ik voor het bos uit die groep gelost ben. Anders had ik er zéker een half uur af kunnen rijden. Later zie ik wel in dat die 60 km 'praktisch solo' ook best knap is volgehouden. En een 6e plaats in het algemeen damesklassement van 11 is ook best keurig voor een 'ff tussendoor cyclo'. Nee ik zal niet mopperen op mezelf. Maar ik solliciteer bij deze wel naar een fietsmaatje die wel af en toe dat duwtje geeft en een gaatje dicht rijdt. Net als bij de de echte dames cyclisten. Liefst lekker ruikend.

184 km
5:58 uur

Klik op icoontje voor gps kaartje met de gereden/gelopen route en trainingsinfo.

7 reacties:

Henk zei

Mooi verslag en een nette tijd!

Anoniem zei

Hoi Marieke,

Ik was die blaauwe Pinarello rijder, maar ik was alleen naast mijn fiets in het startvak. Goed verhaal en goed gereden!!!

Ronald van Rhoon

Marieke zei

@Ronald; oh..gelukkig. Ik dacht al dat alle blauwe Pinarello rijders om de zoveel tijd afstapten;-) Goeie tijd gereden jij?

Angelo Roelandt zei

Inderdaad mooi verhaal en een mooie tocht. Goed gereden Marieke weer bijna op het podium.

Gert zei

Vreselijk mooie tijd. Petje af hoor!

Carbonfire zei

Super gereden toch! Zeker gezien je streeftijd. Goud, en helemaal op eigen kracht. Ik zou dan ook maar niet twijfelen of zoeken naar een 'geurend' maatje. Voor je het weet zit je dan 'slechts' op zilver.....

Lars zei

Hey,

Volgens mij heb je hartstikke goed reden. En je kan niet altijd op de podium staan he. Ga je trouwens in Egmond nog lopen?

Groetjes Lars