Het kost je een setje remblokjes, een clinic van voormalig profrenner Henk Lubberding. Maar het is zeer nuttig, voor iemand als ik. Die ooit -nog niet zo lang geleden- gewoon op zo'n racefiets ging zitten en verder maar wat probeerde.
Een bochtje om, een haarspeld in, en ook weer uit; binnendoor of buitenom? Remmen; voor of juist achter? Probeer wel wat. Omhoog; licht trappen of juist groot verzet?
Ademhalen; nee foute term, uítademen, veel belangrijker.
Schakelen vóór de bocht, aanzetten op 3 kwart ván die bocht en de achterrem gebruiken tíjdens de bocht, mits je door kan trappen. Druk op de pedalen houden, fiets naar beneden duwen.
Kan je je voorstellen dat het je na 4 uur lang draaien en keren en slalommen op 200 vierkante meter wel gaat duizelen? Ik stond dan ook te trappelen om de Veluwe nou eens op te zoeken met ons gemeleerd gezelschap: 4 leden van een Alpe d'Huzes team (voor het goede doel), allemaal vrachtwagenchauffeurs. Twee jonge knapen -tevens wedstrijdrijders- van 16 jaar oud. Eén met een lijfje van een 10 jarige en één met een lichaam van een 20 jarige. Verder nog wat toerrijders zoals ik, met de ambitie de Marmotte te rijden volgend jaar. Oók een dame van middelbare leeftijd, de Veluwe is haar thuishonk, vertelt ze me. En een aller aller beginner. Met het IQ van een snelspanner. Die al snel de bus op zocht na 3 kilometer Veluwe. Tja, soms telt 'alle begin is moeilijk'.
Omdat Henk graag praat -een algemeen bekend feit en nu dan ook door mij vastgesteld- reden we pas halverwege de middag de Veluwe tegemoet. Nadat zo ongeveer alle sturen en zadels waren verzet door Henk himself. Mijne inclusief. Hm, vooruit dan maar.
On y va! Onder de zonnestralen, over natte wegen.
Ik rijd voorop met een andere toerder, we mogen niet harder dan 25 per uur. Kort oefeningetje: licht schakelen en tempo maken. En dan uitbollen. "Wat is uitbollen?" vraagt de dame aan me als we voorop ergens boven komen.
Volgende oefening; bergop, grote plaat, zwaarste verzet. En dat alles in slow motion. En dan staan, stuur naar rechts, stuur naar links, rechts, links etc. Het stuur bij elke omwenteling de andere kant op. Alles traag. De groep valt uit elkaar. Terug naar beneden en nogmaals. En nogmaals. Dan weer door.
Lange weg langs de A50. Alles staand, huchie op huchie af. De Veluwe is in zicht. Lek 1. Er blijven een paar achter en de rest rijdt door. Verderop laat Henk ons keren, ik zie glas op het fietspad. Op hoop van zegen. Geen zegen: ik rijd lek. Lek 2. Henk rijdt terug naar lek 1, ik piel mijn bandje uit mijn zadeltas. Vrachtwagenchauffeur 1 grist mijn voorwiel weg en begint de band te wisselen. Ik vind het prima en ik eet mijn snackje en kijk met vrachtwagenbchauffeur 2 en een andere toerder toe. "Ga jij nou mijn band wisselen?" retorische vraag. "Tijdens onze fietsvakanties met vrienden komt het ook altijd op mij neer." zegt chauffeur 1, "maar ik hou wel van geëmancipeerde vrouwen." voegt hij er aan toe. "Och ja? Nou, ik hou wel van galante mannen." Hij krijgt hem zelfs op 7 bar.
We draaien een Veluws fietspad op en ik herken het zowaar. Henk stuurt chauffeur 1 met de dame en de Snelspanner het afstekkertje in en wij slaan verderop rechtsaf. Voor ons ligt een bekend klimmetje. Ik passeer mijn voorganger, gooi de rem eraf en trek de groep uit elkaar. Zo.
We hergroeperen, dalen en beginnen aan de klim van de Emmapyramide. Nu trekt de 16 jarige uit Sneek -door Henk "Friesland" genoemd- ook het gas open. Met Henk rijden we voorop. Ik passeer Friesland in een bocht en wacht boven op de rest. Henk laat de bochttechniek zien aan de andere kant van de berg. Wij kijken. Dan mogen we dalen. Voor me fietsen ze in de weg. Maar het asfalt is nat, dus voorzichtigheid is geboden. Onderaan keren we en we mogen nogmaals omhoog.
Iedereen slooft zich uit, ik ook. Het door Henk beloofde haantjesgedrag. Friesland rijdt voor me, maar zijn tempo zakt in de bocht en ook als het iets vlakker wordt. Moet hij op adem komen? Ik schakel juist óp in deze gevallen en moeiteloos steek ik hem voorbij. Henk roept: "Druk hem de bocht door! Goed zo!" Boven wachten we weer. Ik zie een enkele blik van een toerder mijn kant op gaan als ze hijgend boven komen. Hihi.
En we gaan wéér omlaag. Op de parkeerplaats stapt Snelspanner in de bus en moet chauffeur 3 van fiets wisselen door een niet te repareren lek. Lek 3. We beginnen aan de klim van de de volgende bult over de Boekhuizenseweg. (Hoe heet die berg??)
Henk besluit Friesland eens te pijnigen en ze rijden samen voorop. Ik zit er achter met nog wat renners. Er wordt tempo gemaakt door Friesland, die zijn hakken naar beneden moet doen van Henk. Ik check gelijk mijn positie. Best handig, zo'n trainer. We zwoegen omhoog. Achter mij vallen de gaten en ik rijd in Frieslands wiel omhoog. Daar is de top, ik kan er niet meer langs. Presteer nu ook op het randje. Samen komen we boven, hij voorop. "Chapeau!" roep ik als hij achterom kijkt.
Omdat lek 4 in tussen heeft plaats gevonden stuurt Henk de helft vast door. De minder snelle helft. De andere helft doet de klim nogmaals en dan rijden we de Boekhuizenseweg verder af richting Laag Soeren.
Die weg glooit stevig, omlaag, omhoog. Friesland maakt er een wedstrijd van. Ik volg. Henk ook. Als het weer wat daalt schakel ik op en zoef er langs en sla een gat. Henk roept: "Jij!! Achter die dame blijven! En kijken hoe zij het doet." Hihi, ik gniffel. De weg is lang zeg! Poe poe. "Doorrijden!" hoor ik Henk nog een keer roepen. Friesland en ik wisselen stuivertje. Dan is bij mij de pap op en de benen compleet leeg. Gelukkig is het eind van deze kwellende weg in zicht. Nu komen er nog 3 renners overheen en kort later kunnen we uitbollen. Einde Veluwe.
Er wacht ons nog een zo'n 15 kilometer windkracht 4 tegen, terug naar de boerderij. Friesland en ik nemen die voor ons rekening en we kletsen gebroederlijk over wielrennen. Na een ruime 65 kilometer én de uren om pionnen rijden ben ik heerlijk moe en voldaan. Het is immers al half 7 en ik ben wel aan eten toe. Kort worden er handen geschud en kan ik in de auto een uur bijkomen.
Een aanrader!
61,7 km
2:50 uur

0 reacties:
Een reactie plaatsen