Het draait bij mij niet zo best en soepel vandaag. Bijna 6 maanden woelige baby-nachten, werkstress en de nodige sport inspanningen komen dit weekend naar de oppervlakte drijven in de vorm van algehele brakheid. Oei, dit weekend is veel te kort om bij te tanken. We fietsen dan ook maar rustig aan.
Maar op het parcours van Schoorl kun je niet aankomen met ‘rustig aan’. Daar is het zwemmen of verzuipen. Trappen of omvallen. In de eerste 6 kilometer wordt daar niemand rust gegund. Zo begint het al met de eerste klim, direct vanaf de start. Vele kaal gereden boomwortels op een pad dat ook nog met 14 procent omhoog gaat. Van alleen het aanblik al stijgt mijn hartslag naar de bovenste regionen en knijp ik automatisch in de remmen. Sjit. Dat is ook weer niet de bedoeling. Ik klik uit, draai om, loop 20 meter terug, en na 3 keer diep uitademen doe ik het nog eens over. Uiteraard kom ik nu zo maar boven, het zit tussen de oortje hè.
Dan volgt er een achtbaan van op en neer, kombochtjes, boomwortels en droge zanderige klimmetjes. Mijn hartslag stijgt in de afdalingen haast nog harder dan bergop, zoveel adrenaline komt er vrij. Je komt ogen tekort op dit parcours. Na een kilometer of 2 zet ik de Bully aan de kant. Even op Johan wachten die achter me zit, omdat hij mij eerder op de foto heeft gezet. Mijn hartslag staat op 190. Ik wacht tot deze is gedaald naar 170 en dan stappen we weer op. Johan voorop. Hij haalt het tempo iets naar beneden, dat help niet veel. Door de heftige start begint er een steek in mijn buik te zeuren. Het gaat wel, maar niet van harte.
Ah, fruitkick pauze aan de rand van het bos. We zijn bijna halverwege. Even 5 minuten uitblazen. Daar ben ik wel aan toe. De steek verdwijnt en voor ons ligt een kaal duin gebied. We kunnen weer, ik ga voorop. Na die mega steile duintop (leuk!!) zoeven we naar beneden en gaan verderop het bosgebied weer in. Voor mij in de verte 2 bikers. Ik fiets bij de laatste achterop, een dame. In de klim haal ik haar in. Dan haar maatje verderop. Hij gaat aan de kant. “Kom er maar langs hoor!” Tjong. Dat gaat ook nog zo maar. Ik zie mijn hartslag op 180 hangen maar mijn ademhaling is, in tegenstelling tot eerder, prima onder controle. Ik laat mijn benen maar eens het werk doen, in plaats van mijn longen en rug. Goeie actie, dat blijkt als ik zie dat ik niet alleen de 2 bikers ver achter me laat, maar ook Johan. Het parcours glooit hier stevig, maar dat heeft geen effect op mijn voorsprong. Tijd om achterom te kijken krijg ik hier niet. Later, veel later, gnagna, zet ik de Bully aan de kant om Johan op te wachten. Die weliswaar wat last heeft van een zere rib, maar mij toch zeker niet bij kon halen, laat staan bijhouden. Hij spreekt zelfs zijn vermoeden uit dat ik mij in de eerste kilometers zat in te houden.
Met nog steeds de goede flow rijd ik nu weer achter Johan en de laatste kilometers gaan over een soort bochtig single track. “Zit niet te drieven.” Is zijn commentaar als ik weer eens in de remmen moet op een klimmetje, om te voorkomen dat ik er voorbij rijd. Hihi.
Dan is daar een afdaling waar net een stapel zand is neergelegd ter verbetering van het parcours. We klikken uit. Je zal hier maar net je voorwiel in dat mulle zand vastzetten en over de kop buitelen. Johan klikt erna weer in, maar in de afdaling lukt het me niet, en ik hobbel er achteraan, na 15 meter lukt het dan toch, maar dan is Johan al bij me weg. Ik kruis een wandelpad en dan stijgt het weer flink. Is dit nou die laatste vieze, hééle lange klim? Dat was toch een veel bredere laan…? Ik pieker, draai al klimmend naar rechts, en dan zit ik inderdaad op dat brede bosbad. Johan is verderop aan het klimmen. Hartslag weer naar de 190. Ik kom langzaam dichterbij hem en kies het spoor dat hij ook rijdt. Ik zie hem een ruk aan het stuur maken, om een boomwortel heen. Ik denk nog: ‘oei, niet handig.” en dan blijkt het inderdaad niet de meest handige route, ik pak de boomwortel mee, heb geen vaart meer en moet uit de pedalen. Op 15% en 5 meter vóór de top!! Pissig klik ik uit en smijt de Bully op de grond. Sta uit te hijgen tegen een boom. Johan is inmiddels boven. Na een minuut –hij komt vanuit de bossages even polshoogte nemen, mét de camera nota bene- pak ik de bully op en loop 15 meter naar beneden. “Je gaat toch niet helemaal terug!!” roept iemand van boven. Ik negeer dat, stap weer op, keer om op een iets minder steil stuk en gebruik alle adrenaline om in een stoomtreinvaart de top te bereiken –nu rechts van die wortel langs-! Dat lukt dan probleemloos. Johan staat er hoofdschuddend bij te kijken.
Boven wordt er eerst uitgehijgd en dan moet de allerlaatste afdaling ingezet worden. Je kan hier kiezen voor de steile lastige afdaling, met in de laatste 10 meters een weer net zo’n steil klimmetje over 30 boomwortels, OF de Halfords afdaling. Mijn eer te na kies ik net als Johan voor de eerste. Maar na 10 meter voel ik mijn achterwiel wat wegglijden en knijp daarom in de remmen. Weer niet zo’n slimme actie van mij; uitklikken op een enge afdaling. Na 2 minuten heb ik mijn hartslag weer onder de 170, keer de Bully en klauter terug naar boven. Ondertussen heb ik al 4 bikers de Halford afdaling zien nemen, maar ik vertik dat. Op een strategisch punt kan ik snel weer opstappen en nu –zij het voorzichtig- draai ik de modderige kombocht in, naar beneden, maak vaart en weet 28 van de 30 boomwortel fietsend te nemen. “Bijna!” roep ik. Johan en ander bikend Schoorl staan te kijken. “Dat is al verder dan ik kwam,” zegt hij en ik zie hoe meerdere bikers halverwege stranden.
Tot zover mijn hour off glory. We fietsen uit over het fietspad naar het plaatsje Schoorl waar we het strand zullen nemen om terug in Egmond te raken. Met de fiets aan de hand ploeteren we door het mulle zand richting zee. Ik ben wat overmoedig en stap te vroeg op, om een halve seconde later met fiets en al om te kiepen. Ik blijf liggen in het zand, lig eigenlijk wel lekker zo. Voorbijgangers kijken eens om, en na 10 meter nog eens, en dan nog 3 keer, steeds wat ongeruster. “Waarom staat ze niet op?” Dat vraagt Johan zich ook af als hij polshoogte komt nemen. Nou vooruit dan maar.
Het strandfietsen met noppenbanden is nogal een karwei. We laten lucht uit de banden –ik net iets te veel denk ik- want ik heb me het toch een partij zwaar na 2 kilometer. Héééél in de verte zie ik de flats op de boulevard van Egmond. We rijden 14 per uur en steeds meer spieren in mijn benen beginnen zeer te doen. “Lijkt wel of ik de finale van de Marmotte aan het doen ben” verklaar ik naar Johan. Die niet snapt waarom we –ik- zo langzaam ga. Pff, nog zó ver. Als je dood gaat op het strand, dan ga je ook écht. Dan lijkt het maar niet op te schieten, die flats komen maar niet dichterbij. Eindelijk bij Egmond en moeten we alleen nog het strand weer af, waar ik ruim de tijd voor neem.
Zo. De spieren zijn leeg en mijn maag ook, maar mijn hoofd ook weer! En dat is toch de bedoeling van zo’n weekendje uitwaaien aan zee.
40,2 km
2:51 uur



